Na zuivel, vlees, groenten en fruit, nu ook energie verkrijgbaar
De crisis in de landbouw slaat hard toe. Melk, groenten, fruit en vee brengen nauwelijks nog genoeg op om te overleven. De boeren eisen maatregelen van de Europese Unie, nochtans kan de boer zelf ook iets doen om minder kosten te maken. Warmtekrachtkoppeling (WKK) in hun bedrijf kan een oplossing bieden.
Warmtekrachtkoppeling is een manier om zowel elektriciteit als warmte samen op te wekken. Hierbij wordt de warmte die in een gewone kerncentrale verloren gaat, hergebruikt voor industriële processen zoals het verwarmen van gebouwen of serres. Met een warmtekrachtinstallatie kan je ongeveer 16% energie besparen in vergelijking met een gescheiden productie van dezelfde hoeveelheid warmte en elektriciteit in een kerncentrale of ketel. Tegen 2010 wil Vlaanderen 19% van de elektriciteitslevering uit warmtekrachtkoppeling halen. Het systeem wordt dan ook aangemoedigd door certificaten.
Boeren hebben nog een extra voordeel, want een warmtekrachtinstallatie kan op biogas werken. Biogas wordt gemaakt door het vergisten van organische materialen, het bekendste organische materiaal is natuurlijk mest. Door de goede vergistingeigenschappen van mest worden ook andere organische reststromen vaak samen vergist met de mest, dit proces noemt CO-vergisting. Door CO-vergisting van mest met andere organische reststromen kan de biogasproductie en de rentabiliteit van de installatie aanzienlijk stijgen. Het biogas dient als brandstof van de warmtekrachtkoppeling. Het systeem produceert warmte, elektriciteit en CO2. De warmte die vrijkomt, kan gebruikt worden om stallen te verwarmen, maar ook bij het drogen van het restafval van de productie van biogas. Dat restafval kan daarna dienen als vervanger van kunstmest. De elektriciteit gebruikt de boer zelf, of verkoopt hij aan het elektriciteitsnet.
De tuinbouwer kan het systeem nog meer uitbuiten. Hij kan net zoals de landbouwer en veeteler de warmtekrachtkoppeling laten werken via biogas, maar de vrijgekomen CO2 gaat bij hem niet verloren. Wanneer hij de CO2 filtert, kan hij die opnieuw gebruiken in zijn serres. Doordat er extra CO2 wordt toegevoegd in de serres, groeien de plantjes sneller, want zij hebben CO2 nodig bij hun fotosynthese.
Sinds 2005 moedigt Vlaanderen zijn inwoners aan om hernieuwbare energie te gebruiken, dit gebeurt via het uitreiken van certificaten en een ecologiepremie. De certificaten worden enkel toegekend aan kwalitatieve WKK-installaties. Het systeem in Vlaanderen voor WKK is gebaseerd op het feit dat warmtekrachtkoppeling elektriciteit en warmte kan produceren met minder brandstof, dan de klassieke gescheiden opwekking van dezelfde hoeveelheid elektriciteit en warmte. Op dit moment ligt de gemiddelde marktprijs op ongeveer € 40 per certificaat. Voor de installaties die aangesloten zijn op het distributienet is er een minimumwaarde van € 27 per certificaat voorzien.
In veel gevallen blijkt het toch nog moeilijk om een winstgevende vergistinginstallatie in te planten in agrarisch gebied. Het grootste pijnpunt is de investeringskost, daarbij komt dat de Vlaamse Overheid een onbetrouwbaar imago heeft bij de sector wat betreft de financiële steun. De boer kan ook steun vragen aan het Vlaams Landbouw Investeringsfonds (VLIF), maar het is moeilijk om aan hun eisen te voldoen. Spijtig is ook dat beide systemen elkaar uitsluiten. Wie voor VLIF-steun kiest, maar die steun niet krijgt, kan geen beroep meer doen op de ecologiepremie van de Vlaamse Overheid. Een ander probleem is de afvalwetgeving, doordat die wet een te ruime definitie heeft, moeten landbouwers met een biogasinstallatie voldoen aan extra verplichtingen en kosten. Het strenge mestactieplan in Vlaanderen zorgt er dan ook nog eens voor dat er een kleine afzetruimte is voor meststoffen. Het restafval van biogas staat daardoor in rechtstreekse concurrentie met natuurlijke mest. In theorie zou dit het geval niet mogen zijn, want het restafval van biogas biedt een meerwaarde tegenover natuurlijke mest. Het restafval is makkelijker opneembaar en zal daardoor minder uitspoelen in grond-en oppervlaktewater. Het probleem is dat Vlaanderen dit momenteel nog niet erkent.
Een oplossing kan zijn dat landbouwers zich verenigen in clusters. De Vlaamse regering kan hierin een grote rol spelen, zij kunnen clustervorming stimuleren door bijvoorbeeld bij de afbakening van terreinen voor glastuinbouw, de optie van een biobrandstofinstallatie mee op te nemen.