Ik, moi, me, ich, yo
Als een veredelde mee-eter in het landschap
Niet onoverkomelijk, maar verraderlijk geplaveid.
Gezegend door Gods wil.
Niet onoverkomelijk, maar verraderlijk geplaveid.
Gezegend door Gods wil.
Berekend golvend van dag tot nacht.
Genietend van kleine dingen
Maar onvoorspelbaar als een jonge hengst
Binair, alles of niets
Soepel dansend,
Buigen maar nooit barsten
Recht door zee
Zo ben ik